Welkom bloglezer!

Op dit blog zijn de belevenissen en innerlijke reizen te lezen van Paperona, een stadse in de Achterhoek. De onderwerpen variëren van bier drinken, tot vreemde woorden in het dialect, tot de diepere betekenis van vriendschappen, tot… Ik nodig je met nuchtere en zwevende liefde uit om mijn persoonlijke verhalen te lezen en heet je warm welkom in mijn wondere wereld!

Advertenties

Verhuizing naar Rabarbara

Soms groei je uit een van je eigen concepten. Het blog ‘Een stadse in de Achterhoek’ past mij niet meer. Inmiddels ben ik ingeburgerd hier in het oosten van het land en toe aan iets nieuws. Iets passends, groots en (hopelijk) blijvends. Dus heb ik Rabarbara bedacht. Een vers blog met wat neusjes van de zalm van dit blog. Samen met Roel van RS Vormgeving (en met tips van mijn KVT- schilderclubje) heb ik een een mooi logo bedacht. Kijk en bewonder! Bedankt voor je lezende ogen hier. Ze hebben mij doen groeien en bloeien. Verhuis je met mij mee naar www.rabarbara.nl?

facebook-header

Mijn nieuwe logo bedacht met Roel van RS Vormgeving

Hoe ik toch geen vrek, maar gewoon Paperona bleek te zijn

Soms denk je dat iedereen alles van je weet, omdat je blogt. Maar niet iedereen leest al je blogs en niet iedereen volgt al jaren trouw alles wat je publiceert. Zo kwam het dat ik vorige week in de kroeg het grappige verhaal van mijn bijnaam Paperona weer eens opnieuw kon vertellen.

Paperona, mijn vader noemt mij altijd zo. Grote eend bedoelt hij daar mee.  Mijn zusje gaf hij de naam Paperina. kleine eend. Een paar jaar terug was er een misverstand omtrent deze koosnamen.

Boef en ik waren wat aan het geinen. ‘Mijn Italiaanse bijnaam is Paperona,’ zei ik hem, ‘Wat zal Boef in het Italiaans zijn? Ik weet dat een dief een ladro is. Wat vind je daarvan?’ Boef schudde zijn hoofd. Hij vond het maar niks om een dief te zijn. Een dief is geen boef. Daar zit een wereld van verschil tussen. Of ik dat wel begreep. Hij pakte zijn mobiel erbij en ging naar een vertalingsapp. Daar tikte hij Boef in met tadatada als resultaat: Truffatore. Voor de lol toetste hij ook Paperona in en toen hij die vertaling zag, lachte hij van oor tot oor. ‘Vrek’ stond er in zijn beeldscherm. Ik ontplofte: ’Vrek! Hoe kan mijn vader mij nu zo’n bijnaam geven? Wat betekent Paperina dan?’ Al snel kwamen we erachter dat Paperina Katrien Duck is, terwijl Paperino Donald Duck is.

Ik belde mijn vader voor opheldering. Hij vertelde mij dat hij de namen voor mij en mijn zusje bedacht had naar aanleiding van een kinderliedje. Het woord ‘vrek’ was hem volkomen onbekend. Hij had de beide bijnamen oprecht liefkozend bedoeld. Iets wat ik natuurlijk ook wel wist.

Nu, een paar jaar later, doe ik even research op het internet. Ter controle van mijn verhaal. Bij de vertaling van Paperona is nergens het woord ‘vrek’ te vinden. Wel dat ‘zio Paperone’ Dagobert Duck is. Ik denk dus dat Boef per ongeluk een ‘e’ in plaats van een ‘a’ op het einde heeft getypt. Jullie begrijpen dat ik erg opgelucht ben, want wie wil er nu een vrek zijn?

Ik zoek ook naar de vertaling van Truffatore. Daarbij kom ik op het internet ‘oplichter’ en verwante termen tegen. Iets waar Boef niet zo blij mee is, al doet hij schouderophalend of het hem niks kan schelen. Ik ben er eerlijk gezegd ook niet gelukkig mee. Als je ‘boef’ vertaalt krijg je wel ‘truffatore’. Vertaalmachines pikken het gevoelsmatige nuanceverschil tussen ‘boef’ en ‘oplichter’ niet op, denk ik. Dat betekent dus dat ik naar een nieuwe Italiaanse koosnaam voor Boef op zoek moet. Eentje die de lieve en gelijktijdig ondeugende lading wel dekt. Zou dat een onmogelijke opgave zijn?

 

unknown

 

Paraplu

Jullie weten dat ik inmiddels, na een wat moeizame start, de nodige vriendschappen heb opgebouwd. In mijn pre-Achterhoektijd heb ik ook de nodige mensen leren kennen en soms (helaas) weer laten gaan. Eén vriendschap was heel bijzonder, maar doorstond de tand des tijds niet. Jaren geleden (ik kende Boef nog niet) schreef ik er het volgende verhaal over. Laatst kwam ik het weer tegen en ik wil het graag met jullie delen.

xxx

 

Omdat het regende hield hij met een galant gebaar zijn paraplu ook boven mijn hoofd. ‘Waar ga je naar toe?’, vroeg hij terwijl zijn snelle stap zich aanpaste aan mijn wat slenterende tempo. ‘Naar de Hema. Ik ga foto’s halen.’ ‘Dat komt mooi uit, ik moet daar ook net zijn om een lampenkapje te kopen. Vind je het goed dat ik met je meeloop?’ Ik knikte, een tikje verbaasd.

‘Kijk uit!’ Met een voorzichtige druk op mijn arm voorkwam Reinout dat ik zonder op- of omkijken de straat over stak. Een auto reed voorbij. Na eerst links en toen rechts gekeken te hebben begeleidde hij me het zebrapad over. Er volgde een typisch reinoutiaanse stilte. Met de regelmaat van de klok kwamen deze gaten in onze gesprekken voor. Zijn gedachten konden van het ene op andere moment ver weg van het hier en nu zijn. De verstrooidheid was altijd duidelijk in zijn blik te zien. Het wegvallen van de helderheid van geest had voor mij vaak iets aandoenlijks. Zoals een moeder vertederd naar haar kind kan kijken als het opgaat in zijn spel, zo keek ik naar Reinout.

Alleen was ik geen moeder en hij geen kind. Nee. We waren man en vrouw. Het spanningsveld dat twee verschillende sexen bij elkaar op kan roepen, was bij ons aanwezig. Ik voelde de behoefte deze kloof te overbruggen, maar faalde. Achteraf denk ik dat hij dat ook wilde, kloofloos samenzijn, maar hij was -net als ik- te onwetend en verlegen om doeltreffende actie te ondernemen. En zo om elkaar heen dralend brachten we regelmatig samen wat tijd door. Pratend, maar dus ook zwijgend. Anderen verbaasden zich over onze vriendschap. Maar voor mij was het even natuurlijk als vanzelfsprekend. Reinout zwierf rond in de stad en ik, ik kwam hem tegen, stond hem te woord en begreep hem. Ook als hij niets zei. Of misschien juist omdat hij niets zei.

Zoals dat af en toe gaat met vriendschappen, kan je elkaar op een gegeven moment uit het oog verliezen. Er waren in ons geval duizend aanwijsbare redenen voor, maar de enige die in mijn ogen telde, was de volgende: ik begreep hem niet meer. Zijn wegvalmomenten begonnen me angst in te boezemen en zijn toch wel zonderlinge aard kwam voor het voetlicht. Plotseling zag ik mezelf door de ogen van een buitenstaander en begonnen vraagtekens over ons contact in mij op te borrelen.

Maar niet alleen ik veranderde tijdens onze ontmoetingen, ook hij vervreemdde van mij. Hij nam me niet meer mee in zijn geluidloze avonturen, sloot me buiten en liep soms zomaar bij me vandaan. Langzaamaan verwaterde onze bijzondere band. Dat hij verhuisde naar een andere stad droeg daar het nodige aan bij. Eigenlijk was ik Reinout vergeten. Andere opmerkelijke mannen en vrouwen kruisten mijn pad in de jaren die erop volgden. Zij hadden de herinneringen aan hem naar de achtergrond verdrongen, zelfs in de vergetelheid gedrukt. Hij bestond niet meer.

Tot het moment dat ik op een mooie lentedag door de stad fietste en mijn oog getrokken werd naar een hand in hand lopend stelletje. De ietwat gebogen houding van de man kwam me bekend voor, alleen wist ik niet waarvan. Toen ze wat dichterbij kwamen, herkende ik Reinout. De twee gingen zo in elkaar op, dat ik hen ongemerkt kon passeren. Ik was blij en verdrietig tegelijk. Blij, omdat Reinout iemand gevonden had die het gapende gat tussen hem en de wereld had weten te dichten. Verdrietig, omdat mijn levenspad zich zo grillig heeft ontwikkeld. Uiteenlopende mannen waren op mijn pad gekomen, maar geen van allen bood mij die beschutting die ik nodig heb. Geen van allen hield een paraplu zo boven mijn hoofd dat ik veilig was voor de regen van het leven.

Doorweekt en al, sta ik nu even stil bij Reinout en zijn lieve, symbolische gebaar. Een herinnering om te koesteren. Een herinnering die het verdient herinnerd te worden. Vandaar dat ik hem nu hier opschrijf. Voor jou. En voor mezelf.

 

Dit schilderij maakte ik ooit van een paraplu. Het hangt nu bij mijn oma.

Dit schilderij maakte ik ooit van een paraplu. Het hangt nu bij mijn oma.

 

Sla

Niks is zo wonderlijk als een man. Een paar weken geleden verzuchtte Boef vanuit de grond van zijn hart dat hij zo’n zin had in sla. ‘Sla! We zijn geen konijnen!’ riep ik uit. Boef hield vol. Hij had het inmiddels al zeven jaar niet meer gegeten. Ik doe namelijk altijd de boodschappen en aangezien ik er niet dol op ben, koop ik het nooit. Na een korte discussie streek ik met de hand over mijn hart en als een trouwe hond kocht ik de dag erop de door Boef opgesomde ingrediënten: kropsla (want ijsbergsla is vies volgens meneer) ei en ui. Slasaus hadden we, raar maar waar, nog.

De sla klaarmaken was een taak die ik met liefde aan Boef uitbesteedde. Met glimmende oogjes ging hij aan de slag. Die avond liet ik mij het ‘groene voer’ met de aardappels en zelfgemaakte gehaktbal goed smaken. Een simpel maal kan de hemel op aarde zijn. Zeker als de temperaturen wat hoger liggen. Eigenlijk is sla best lekker, constateerde ik verbaasd. Daar moest ik wat mee doen!

Wat dagen later kocht ik weer sla en Boef maakte er opnieuw een smakelijk maaltje van. Toen ik het lot probeerde te tarten en later in die week twee maaltijdsalades kocht, ving ik bot. Overkill is niet goed. Boef weigerde deze kant en klare maaltijd van de Jumbo naar binnen te werken. Het is niet altijd sla wat op het menu staat. We bestelden een shoarmaschotel en een pizza en lieten deze thuisbezorgen. Ook gezond.

De maaltijdsalade die Boef weigerde te eten.

De maaltijdsalade die Boef weigerde te eten.

Het succes van Vogel en Zwijntje

Soms word je verrast door een klein gebaar. Een klein gebaar dat eigenlijk groots is.

Op Facebook staan foto’s van een expositie van tien kunstwerken van mij bij het Andriessenhuis in Borculo. Hieronder bevinden zich twee houtsneden. Eén van een zwijntje en één van een vogel. Van elk van deze werken heb ik drie afdrukken gemaakt. Vervolgens zijn ze van passe-partout en lijst voorzien. Als het goed is prijken er binnenkort twee aan de muur van mijn schoonzus en zwager. Zij hebben die van mij gekregen ter ere van hun ‘samen honderdschap’. Een ander duo heb ik aan een kunstminnende vriendin beloofd. Zij wil al heel lang kunst van mij, maar omdat alles wat ik maak vrij groot en expressief is, zat er tot nu toe nog niks van haar gading bij. Zwijntje en vogel vielen wel bij haar in de smaak. Ik heb mij voorgenomen om ze haar te geven ter ere van onze vriendschap na de exposities die dit jaar nog op het programma staan: Galerie Wij en Atelier The M.A.D. House (waar ze ook vervaardigd zijn).

Dan blijven er nog twee over. Die heb ik volkomen onverwacht verkocht aan Dorian, een bevriende kunstenares. Ik was helemaal overrompeld door het gegeven dat zij ze wilde kopen. Natuurlijk ben ik er trots op en natuurlijk vind ik ze mooi, maar dat iemand er de artistieke waarde van inziet en er geld voor overheeft. Wauw! Dat doet mij goed.

De meeste van mijn kunstwerken geef ik weg. Ik maak soms speciaal iets voor iemand en dan wil ik het die persoon graag cadeau doen. Sommige werken maak ik ‘gewoon’ voor mezelf. Er zit dan iets in mij dat eruit moet. Niet alles is bij mij te vangen in woorden, voor het geval je dat mocht denken. Vaak zien anderen heel wat anders in mijn beelden dan ik er zelf heb ingestopt. En dat is grappig. Soms blijkt dat ook het geval met mijn woorden te zijn. Iedereen leest alles toch weer vanuit zijn of haar eigen perspectief. Er kunnen dan heel andere emoties bij de lezer opgeroepen worden dan die er door mij ingelegd zijn. Mijn credo is: alle chemie is goed! Als er maar wat gebeurt!

Marja, een vriendin, heeft ook wel eens een werk van mij gekocht (natuurlijk heeft ze ook wel eens wat gekregen!). Zij had haar ouders een keer mijn site laten zien en haar moeder was zo onder de indruk van wat ik maakte dat zij besloot hen een werk cadeau te doen. Ik voelde mij uiteraard vereerd! Het huis van mijn ouders hangt trouwens vol met mijn creaties. Ook bij mijn oma is er veel van mijn hand te vinden. Mijn familie heeft mij met liefde betaald voor deze schilderijen, want: ook als amateurkunstenaar kan je niet van de lucht leven. Al zou ik dat soms wel willen.

Wat ik maak of schrijf geef ik mensen het liefst cadeau. De behoefte om mijzelf uit te drukken is een natuurlijk gegeven. Maar er zijn wel kosten en inspanningen aan verbonden. Dat vergeet ik nog wel eens, en de wereld met mij. Ik weet ook wel dat ik mijzelf niet tot de ‘groten’ kan rekenen. Dat wil ik niet eens. Ik doe gewoon mijn eigen dingetje. Met liefde en plezier. Uit noodzaak. Omdat het moet. Geld er voor vragen voelt voor mij vreemd, maar ook dat is nodig. En dan kom ik weer terug bij de eerste zin van dit blog. Dat een klein gebaar zoals het kopen van een schilderij of boek voor mij groots is. Het geeft mij het gevoel van erkenning en herkenning. Het zorgt ook voor verkenning, verbreding en verandering van mijn horizon, want van dat geld kan ik weer nieuwe spullen kopen. Iets waar mijn hart alleen maar blijde sprongetjes van kan maken!

 

Vogel en Zwijntje op de keukentafel bij Dorian

Vogel en Zwijntje op de keukentafel bij Dorian

Speldenprikzoektocht naar ‘leuke gekke’ mensen

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wat valt er nog meer te zien? Een zoektocht naar ware vriendschap misschien?

Mijn verhuizing naar de Achterhoek ging gepaard met de veronderstelling: ”Nieuwe vrienden, die maak ik zo even.” Daar had ik mij danig in vergist. Tenminste, in het vinden van vriendschappen die vergelijkbaar waren met die ik in het Westen had opgedaan. De meeste van die vrienden wonen nu elders in het land, maar dat maakt voor de sterke verbondenheid niet uit. We leerden elkaar kennen in een belangrijke periode in ons leven. Er veranderde veel: we gingen studeren, op onszelf wonen en bewandelden het pad naar volwassenheid. We waren op zoek naar lotgenoten om onze ziel en zaligheid mee te delen, om van gedachten te wisselen over de bizarre kronkels die het leven voor ons in petto had en gewoon om lol te hebben. De vrienden die ik toen maakte, kenden mij tot op het bot en vormden mijn uitvalbasis. Ik was namelijk altijd op zoek naar nieuwe ‘partners in crime’ voor korte of langere tijd en ik kon zo op luchtige, speldenprikachtige wijze deze of gene benaderen voor een leuk contact. Soms ontstond daaruit een bijzondere vriendschap, soms bleef het bij een paar afspraken en soms kwam er helemaal niks van de grond.

Eenmaal in het Oosten aanbeland, leek het of ik ‘mijn touch’ kwijt was. Natuurlijk had ik Boef, de schat, maar ik had ook behoefte aan andere mensen om ‘mezelf mee te delen’. Ik leerde veel mensen kennen in de kroeg waar ik regelmatig naar bandjes luisterde en drankjes dronk. Ook leerde ik mensen kennen op mijn schilderclubje en op andere plekken, maar mijn ‘speldenprik tactiek’ kwam hier niet van de grond. Achteraf denk ik dat dat kwam, omdat ik naar iets anders op zoek was. Naar een basis. Maar iedereen hier was al voorzien van vrienden. Iedereen had zijn eigen leuke groepje om mee af te spreken. En ik, ik praatte wat verloren met mensen over ‘de was’ en ‘bier’. Het kan ook zijn dat de Achterhoekers bewust of onbewust mijn regenwolk opmerkte en daar niks mee van doen wilde hebben. Geen idee. Ondertussen waren ik en de Achterhoek in een patstelling beland. Ik besloot de kat uit de boom te kijken en de Achterhoekers deden dat, hun natuurlijke aard getrouw, ook.

Op een gegeven moment merkte ik dat tijd ook iets doet. Als je een langere periode in een omgeving woont, hoor je er na verloop van tijd ‘gewoon’ bij. Ook was de vriendengroep van Boef altijd daar om lief en leed mee te delen. Gaandeweg leerde ik steeds meer mensen kennen. Het was ook naïef geweest van mij om te denken dat ik snel nieuwe vrienden zou hebben die ik alles kon toevertrouwen. Vriendschap kost tijd, investering en geduld en kan je niet afdwingen. Ik leerde dat je ook vrienden maakt met gesprekken over ‘de was’ en ‘bier’. Ik leerde dat een klik geen garantie is voor vriendschap en dat je zonder klik ook heel ver kan komen. Als je eenmaal onderdeel bent van een groep of een deel bent van de gemeenschap hebben mensen veel voor je over. Soms reikte een vrij onbekend iemand mij de hand, zomaar uit het niets, zonder iets te verwachten. In de wetenschap dat een goede daad zichzelf beloont, omdat de lijntjes kort zijn.

Na een paar jaar pakte ik mijn ‘speldenprik tactiek’ weer op. Nu was hij succesvoller dan in het begin. Ik paste hem met beleid toe en kwam erachter dat er in de Achterhoek ook veel ‘leuke gekke’ mensen zijn. Niet altijd herkenbaar aan hun kleding of haar (wat in het Westen vaak wel het geval is) maar wel in het bezit van de ‘vrije geest’ waar ik altijd wel bij vaar. Steeds vaker had ik gesprekken die er toe deden en steeds vaker durfde ik ook iets van mezelf te laten zien.

Mocht jij nu ook zo’n verstopte ziel zijn, verander rustig van onderwerp als ik met jou over ‘was’ of ‘bier’ praat. En wil je mij nu een ‘speldenprik’ geven: ga gerust je gang! Hoe meer ‘leuke gekke’ mensen ik ken, hoe beter!

IMG_3074

Laat het begin nooit eindigen

Af en toe stak ik mijn been buiten de hangmat om even heen en weer te wiegen. Vervolgens vlogen mijn ogen weer over de regels van ‘Brief aan mijn dochter’ van Abdelkader Benali.

Belofte maakt een schuld die je moet inlossen. In mijn vorige blog had ik het over de aanschaf van een boek van Benali. Nou, ik heb er zelfs twee gekocht! Vandaag kwamen ze met de post. ‘De langverwachte’ en de eerdergenoemde ‘Brief aan mijn dochter’. Ik besloot met het meest recente boek, de Brief dus, te beginnen. Even had ik over de aanschaf getwijfeld, omdat Boef en ik om verdrietige redenen geen kinderen hebben. Zou het niet te confronterend zijn? Maar toen ik las dat het ook over de liefde voor zijn vrouw, eigen jeugd en opvoeding volgens de Marokkaanse traditie, de band met zijn ouders, schoonheid van de kunst, racisme, discriminatie en geweld ging, nam ik het risico. En dat heb ik geweten.

Benali is gefascineerd door het begin der dingen lees ik bijna aan het einde van zijn boek, want aan het begin ligt de oorsprong. ‘Tussen het niets en het iets is er die eerste aarzelende poging om te beginnen. Een aandrang. Noem het zin.’ Als het even later over de terroristen in Parijs gaat die aanslagen plegen op de redactie van Charlie Hebdo schrijft hij dat zij in het einde geloven: ’Vanuit hun geloof dat het einde der tijden maar een haarlengte ver weg is, pleegden ze hun moorden.’

Ik vraag mij af waarom uit een heel boek ook vol van liefde voor vrouw en dochter, uitgerekend bovengenoemde citaten bij mij blijven hangen. Ik schrijf nooit over politiek of gebeurtenissen in de wereld. Het blijft altijd bij mijn eigen innerlijke wereld en dat wat er net omheen gebeurt. Dat is dichtbij. Dat is veilig. Dat ken ik. Het gevecht in mijn eigen leven tegen de regenwolk boven mijn eigen hoofd is voor mij al groot genoeg. De last van de mensheid kan ik daarbovenop niet met mij meetorsen. Dus ben ik er immuun voor geworden. Ik sluit het buiten.

Als ik ‘Brief aan mijn dochter’ uit heb, weet ik dat ik mij gelukkig mag prijzen. Gelukkig dat ik alleen maar tegen mijn eigen regenwolk hoef te vechten. En niet eens in mijn eentje. Samen met Boef. Samen met familie en vrienden. Wanneer ik denk aan al die mensen die op de vlucht zijn, weggedreven worden van huis en haard voel ik mij machteloos en bang. Houd het moorden dan nooit op? Blijven we discrimineren? Ik denk aan mijn blog en mijn schrijfsels over kleine, blije dingen. En ik besef dat dat mijn antwoord is op de grote boze wereld. Mijn bijdrage om toch nog een (glim)lach te toveren bij deze of gene. Ik geloof erin dat goedheid, positiviteit en geluk zich kan vermenigvuldigen. De wereld kan ik niet veranderen. Maar mijn eigen wereld (nog?) wel. Dat is het begin. Dat is een begin. Laat daar nooit een einde aan komen. Nooit.

IMG_2418

Het boek dat ik in één ruk in mijn hangmat uitlas.